Angsten en Fobieën


Angst wordt omschreven als een gevoel van bedreiging, optredend bij een naderend gevaar. Iedereen heeft gezonde/reële angst in zich. Deze angst waarschuwt ons voor gevaar. Denk bijvoorbeeld aan een loslopende tijger. De angst kan echter ook irreëel zijn en kan lijden tot een angststoornis en fobieën.

Wanneer spreekt men van een angststoornis?

Bij een angststoornis staat de frequentie, intensiteit en duur van de zorgen niet in verhouding tot de feitelijke bron. Een angststoornis beïnvloed het sociale leven van een persoon. De angst is voortdurend op de achtergrond aanwezig.

Wanneer is sprake van een fobie?

Wanneer men gericht angst heeft voor specifieke dingen of situaties spreek men van een fobie. Er kan sprake zijn van een enkelvoudige fobie (bijvoorbeeld een fobie voor spinnen, honden of naalden) of een meervoudige fobie (bijvoorbeeld agorafobie, sociale fobie en claustrofobie). Bij een confrontatie met hetgeen waar een fobie voor is kan de angst zo groot worden dat een paniekaanval ontstaat. Mensen zullen alles doen om deze confrontatie te vermijden.

De meest voorkomende meervoudige fobieën

Agorafobie
In Nederland wordt de naam pleinvrees ook wel gebruikt als men het heeft over agorafobie.
Agorafobie is de angst om een vertrouwde en veilige omgeving te verlaten. Er kan angst zijn voor openbare ruimten en angst om niet terug te kunnen keren naar je veilige omgeving. Ook reizen kan deze angst veroorzaken. Agorafobie is er in verschillende mate. In lichte gevallen voelt de persoon wel onrust, maar is men wel in staat om zich in openbare gelegenheden te vertonen en sociaal contact te onderhouden. In ernstige gevallen trekt de persoon zich helemaal terug in zijn vertrouwde en veilige omgeving, komt niet meer buiten de deur en vermijdt contact met anderen.

Claustrofobie
Claustrofobie is een fobie voor kleine of afgesloten ruimten. Mensen die claustrofobisch zijn, ontwikkelen angstsymptomen als ze zich in ruimten bevinden die niet snel te verlaten zijn zoals vliegtuigen, treinen, liften, uitgaansgelegenheden of andere ruimten die zij als klein en te benauwd ervaren.  In ernstige gevallen zal er paniek ontstaan en probeert men zo snel mogelijk te ontsnappen aan de situatie ook al kan dit gevaarlijk zijn. Claustrofobie kan ontwikkeld zijn door een traumatische gebeurtenis, denk bijvoorbeeld aan het vast komen zitten in een lift waardoor een persoon een paniekaanval krijgt. Door deze paniekaanval ontstaat hyperventilatie. Er zullen klachten ontstaan als zweten, duizeligheid, gevoel flauw te vallen en hartkloppingen. Deze reactie, en het beangstigende gevoel hierbij, kan door de hersenen worden opgenomen en worden  gekoppeld aan alle kleine ruimten, waardoor een persoon niet alleen angst krijgt voor, in dit geval, de lift maar voor alle kleine ruimten.

Sociale fobie
Iemand die aan deze fobie lijdt, heeft angst, grote onzekerheid en verlegenheid voor alledaagse sociale interacties en gebeurtenissen. Dit kan ontstaan bij telefoneren, boodschappen doen, feestjes of vergaderingen. Er kan angst zijn voor afwijzing, kritiek, commentaar, pesten, te gaan zweten of blozen, of uitgelachen te worden. Iedereen is wel eens zenuwachtig en bang dat het fout zal gaan, maar dit is geen reden om er niet heen te gaan. Een sociale fobie zorgt ervoor dat deze gevoelens extreem zijn en dat er afspraken of persoonlijk contact vermeden wordt. Ook hebben mensen met een sociale fobie meer last van eenzaamheid en depressies omdat ze sociale aangelegenheden vermijden en zo langzaam steeds meer in een isolement terecht komen. Lichamelijke klachten die voorkomen bij een sociale fobie zijn: overmatig transpireren, hartkloppingen, misselijkheid, droge mond.